Grondige problemen

040 Naar keet Bleizodinsdag 15 oktober 2013

In september presenteerde de Rekenkamer de rapportage over het door hen uitgevoerde onderzoek naar de grondexploitaties van de bedrijventerreinen. De conclusies waren hard en concentreerden zich op Bleizo en de gemeenschappelijke regelingen. De pers pikte het op en de financiële situatie van Lansingerland was ineens voorpaginanieuws, zelfs van het Financieel Dagblad.

En onze financiële situatie is inderdaad zorgwekkend. De gronden die we hebben aangekocht om daar de Vinex-woningen te realiseren liggen voor een deel nog braak. En voor de bedrijventerreinen geldt hetzelfde. Ze leveren ons dan ook niets op, terwijl we wel gewoon de rente moeten betalen. Bovendien worden de gronden als gevolg van de gewijzigde marktomstandigheden ook nog eens minder waard. 

De Rekenkamer heeft een zgn. ex-post onderzoek uitgevoerd. Dit betekent dat vanuit het nu, met de kennis van nu, is teruggekeken naar het verleden. De Rekenkamer concludeert dat de gemeente destijds rekening had moeten houden met het feit dat de markt zou kunnen veranderen. En ook dat het marktonderzoek rond Bleizo nauwkeuriger had moeten worden uitgevoerd, voordat besluitvorming over de risicodragende deelname zou plaatsvinden. 

De ChristenUnie onderschrijft dat bij dergelijke besluiten zorgvuldigheid vereist is. Maar wij delen de conclusie van de Rekenkamer niet dat de raad onvoldoende geïnformeerd is in dit proces, of over de risico’s. We delen wél de zorgen over de financiële situatie. Terugkijkend concluderen dat het anders had gemoeten, is ons inziens de makkelijke weg. De vraag is hoe we uit de problemen kunnen komen. En daarop heeft (ook) de Rekenkamer het antwoord niet.

 Verder vinden we het niet opportuun om nu te discussiëren over de rol van onze burgemeester als portefeuillehouder Economische Zaken. Het is ons inziens te gemakkelijk om nu vingerwijzend te zeggen dat de burgemeester niet de verantwoordelijkheid moet krijgen voor een inhoudelijke portefeuille. Dat besluit heeft de raad destijds bij het volle verstand genomen en de burgemeester heeft zich, conform dat besluit, ingezet voor deze portefeuille.

Dat is niet altijd handig, weten we nu ook. 

In de raadsvergadering zal een aangepast raadsvoorstel behandeld worden, omdat de commissie Algemeen Bestuur vroeg om niet slechts kennis te nemen van de aanbevelingen, maar ze over te nemen. Onderstaand onze bijdrage bij de behandeling in de commissie Algemeen Bestuur:


Rapport Rekenkamer ‘grondige problemen’.

“De financiële crisis heeft in heel Nederland belangrijke gevolgen voor de bouw. Dit geldt ook voor de bouw (aanleg neem ik aan) van bedrijventerreinen en de gemeentelijke grondexploitaties. Hierin is Lansingerland niet uniek. De problemen vanwege de grondexploitaties zijn in Lansingerland wel omvangrijk. Deze problemen zijn ontstaan door besluiten die in het (verre) verleden zijn genomen. (…) Toen de gemeente besloot om risicovol te investeren in bedrijventerreinen was in veel gevallen de crisis nog ver weg. Desondanks had men toen ook kunnen weten dat economisch goede en slechte tijden elkaar kunnen afwisselen. Hier had men wel rekening mee moeten houden.” 

Tot zover het citaat uit het Rapport van de Rekenkamer, de openingsalinea uit de conclusies en aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport over onze grondige problemen. Voorzitter, we gaan ze niet ontkennen, we gaan ze ook niet ontleden. Want wat heel Nederland nu weet, daar liggen wij al langer wakker van. Hoe krijgen we onze begroting rond, hoe krijgen we onze gronden vol, wie helpt ons van onze bouwkavels af, wie bouwt er mee aan onze toekomst en wie wil er investeren in onze samenleving?

In die zin brengt het Rekenkamerrapport ons eigenlijk niet zo veel nieuws, maar zet het in 83 pagina’s voor ons op papier wat er tot begin dit jaar speelde rond de ontwikkeling van bedrijventerreinen en hoe de informatie- en besluitvormingsprocessen verliepen.

De Rekenkamer kondigde aan in 2012 onderzoek te doen naar ‘economisch beleid en bedrijventerreinen in het bijzonder’. De centrale onderzoeksvraag luidt: “Hoe is het economisch beleid ten aanzien van de ontwikkeling en acquisitie van de bedrijventerreinen Oudeland, Bleizo en Prisma opgezet, leidt dit tot de beoogde resultaten en wordt de raad hierover adequaat geïnformeerd.”

En hoewel we ons afvragen of in de conclusies en aanbevelingen de centrale onderzoeksvraag beantwoord wordt, maakt het rapport wel duidelijk dat onze gemeente in een allesbehalve benijdenswaardige positie zit. De financiële risico’s zijn immens groot en we weten niet hoe we ze 1-2-3 kunnen oplossen.

Tot zover het bekende nieuws. Het onderzoeksrapport is echter niet als nieuwswaarde bedoeld, maar vooral om inzicht te geven of de gemeente de juiste tools heeft gebruikt om de doelen te bereiken en of de raad adequaat geïnformeerd is. Een ding is voor ons wel duidelijk: de keuze om Bleizo niet als dertien-in-een-dozijn bedrijvenpark te ontwikkelen, was een bewuste keuze. En we vragen ons dan ook af hoe het zou zijn geweest als we niet hadden gezocht naar mogelijkheden om deze gronden in te richten met een landschap als podium, met een concept dat na kantoortijd nog steeds levendig zou zijn. Het ene na het andere idee is onderzocht, maar gesneuveld. En de vraag is of dat anders was geweest als we een standaard bedrijventerrein hadden ontwikkeld waar nu de leegstaande kantoren zich aaneen zouden rijgen en wij zaten puzzelen hoe we van deze kantoorruimtes alsnog onderwijslocaties, studentenwoningen, of seniorenappartementen zouden kunnen maken. Wie het weet mag het zeggen.

Voorzitter, we hebben ons ook laten verrassen door de nota van bevindingen. Die meldt, alsof het niets is, dat zich tussen 2003 en 2013 888 (!) nieuwe bedrijven hebben gevestigd in onze gemeente (pag. 52). Weliswaar is een deel daarvan een eenpitter – maar voor wie niet meer in de crisis gelooft, maar uitgaat van de nieuwe werkelijkheid, past dit bij het nieuwe groot, want dat is klein.

Voor een belangrijk deel zal de vestiging van deze nieuwkomers te danken zijn aan onze USP’s (unique selling points) en aan de adequate inzet van onze accountmanager bedrijven en zijn team. Hadden we die niet gehad, dan was ons probleem wellicht nog groter. Tussen de regels door wordt ook duidelijk dat prijsdumping niet het gouden ei is om de gronden te verkopen. Want, zoals reeds eeuwen geldt, is ook voor de ondernemers in onze regio bij de vestigingscriteria vooral het adagium: locatie, locatie, locatie en niet de leus: uitonderhandelen tot je, onder de kostprijs, voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Aan onze geografische coördinaten, aan de inspanning van ons verkoopteam en aan de prijs van onze gronden ligt het dus niet, dat we er mee blijven zitten, dat we moeten afwaarderen en dat we dan nog steeds een fors financieel probleem hebben. Waaraan dan wel?

Het moge duidelijk zijn. Dat ligt aan de besluitvorming in het verleden.  We hadden rekening moeten houden met de varkenscyclus die de vastgoedmarkt al eeuwen lang kent en kenmerkt. Voor die conclusie hebben we eigenlijk geen dik en duur Rekenkamerrapport nodig. Dat is een waarheid als een koe. – En dat hadden alle huizenkopers in de voorbije jaren overigens ook in hun achterhoofd moeten houden, maar dat terzijde. -

Jammer genoeg is de kromme van deze cyclus niet altijd hetzelfde. De pieken en de dalen volgen elkaar niet altijd in hetzelfde tempo op en de hoogte en de diepte zijn vooraf niet bekend. Je denkt dus zomaar dat de bomen werkelijk tot de hemel kunnen groeien, of dat de dip een dalletje is in plaats van een laagvlakte.

Daarom lezen wij in het rapport vooral een les voor ons nu en voor de generaties na ons:  handel vandaag met het oog op de toekomst en weeg in de besluitvorming mee dat het zomaar zou kunnen dat de toekomst economisch slechter is dan de huidige situatie. Voor ons blijft daarom staan dat we de problemen die in het rapport beschreven en gekwantificeerd worden, niet mogen doorschuiven naar de toekomst en de rekening niet mogen neerleggen bij onze kinderen. We moeten nu handelen en maatregelen nemen.

Een tweede les uit ons rapport is dat we de accountmanager bedrijven, in het kader van onze motie ‘creatieve denkers’, graag uitlenen aan andere afdelingen, om daar het denken vanuit de klant te stimuleren en procedures te verkorten. Want, net als commerciële bedrijven willen ook gewone burgers niet te veel rompslomp bij het aanvragen van documenten of het regelen van voorzieningen.

Onze conclusie op basis van dit rapport is geen andere dan die van de Rekenkamer. We hebben grondige problemen en het is goed om dat nog eens te onderstrepen. Tegelijkertijd willen we niet bij de pakken blijven neerzitten. Wij stellen voor het verleden, de hoe-konden-ze-zo-doen-vragen en de besluitvorming van toen achter ons laten, de les te leren en de gevolgen als een feit te beschouwen. Want, zoals de Rekenkamer aangeeft in de inleiding: “Deze besluiten kunnen niet meer teruggedraaid worden. Ook is het vaak niet terecht om deze besluiten met de kennis van nu te beoordelen.” Met terugkijken komen we niet vooruit.

We hopen dan ook dat we vanavond als raad onze neuzen dezelfde kant op steken en met de kennis van nu koers zetten naar morgen. Het zal financieel niet makkelijk zijn. En dat we adequaat geïnformeerd willen worden en als raad zoveel mogelijk zelf de keuzes maken, spreekt vanzelf. Of het op korte termijn goed komt? Wij weten het niet. Maar wij geloven in de toekomst. Dat doet u toch ook?

Ankie van Tatenhove
ChristenUnie Lansingerland
Berkel en Rodenrijs
10 oktober 2013

« Terug

Reacties op 'Grondige problemen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2013

december

november

oktober

september

juni

mei

maart

februari

januari